10 aandachtspunten bij de toepassing van opsporingsbevoegdheden

Inleiding

Het is van groot belang dat handhavers beschikken over voldoende kennis van hun opsporingsbevoegdheden. In dit whitepaper geven deskundigen 10 aandachtspunten bij de toepassingen van opsporingsbevoegdheden. Deze kennis zal u helpen om effectiever in de praktijk op te treden.

De eerste drie tips op een rij:

1. Ken het verschil tussen toezicht- en opsporingsbevoegdheden

 

Toezichtbevoegdheden zijn bevoegdheden die gebruikt worden om te controleren of een wet op de juiste manier wordt nageleefd. Er kan dan bijvoorbeeld worden gedacht aan het vragen naar en het controleren van diverse vergunningen van een fabriek, werkplaats of horecabedrijf. Toezichtbevoegdheden worden ingezet zolang er geen redelijk vermoeden van schuld bestaat dat iemand een strafbaar feit heeft begaan.

 

Is er echter wel sprake van een redelijk vermoeden van schuld dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, dan kan alleen nog gebruik gemaakt worden van opsporingsbevoegdheden. De toepassing van toezichtbevoegdheden is dan niet meer toegestaan.

 

Gebruik nooit toezichtbevoegdheden als u iemand van een strafbaar feit verdenkt. Gebruik ook nooit opsporingsbevoegdheden om te controleren of een wet goed wordt nageleefd.

 

2. Weet waar uw opsporingsbevoegdheden zijn geregeld

 

Als opsporingsambtenaar beschikt u allereerst over bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering. Maar ook andere bijzondere wetten kunnen opsporingsbevoegdheden bevatten. Voorbeelden hiervan zijn de Wegenverkeerswet 1994 en de Visserijwet 1963.
Zorg ervoor dat u altijd uw opsporingsbevoegdheden kunt opzoeken. Zie hiervoor bijvoorbeeld: http://wetten.overheid.nl/zoeken/

 

3. Weet wanneer u uw opsporingsbevoegdheden kunt gebruiken

 

Gezien de grote gevolgen die de toepassing van opsporingsbevoegdheden teweeg kunnen brengen, mag een opsporingsambtenaar zijn opsporingsbevoegdheden alleen gebruiken als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat dat iemand een strafbaar feit heeft begaan.
Wanneer is hier dan sprake van? Het vermoeden dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, moet – naar objectieve maatstaven gemeten – redelijk zijn. Het vermoeden moet niet alleen redelijk zijn in de ogen van de opsporingsambtenaar, maar redelijk op zich. Ook andere personen moeten van mening zijn dat op basis van de aanwezige feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden bestaat, dat de betreffende persoon zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

10 aandachtspunten bij de toepassing van opsporingsbevoegdheden

Gratis whitepaper van VIND Handhaving

 Whitepaper is gepubliceerd i.s.m. partner Nivoo
Lees hier 10 aandachtspunten bij de toepassing van opsporingsbevoegdheden

Wilt u alle aandachtspunten lezen? Download dan het hele whitepaper!

Whitepaper downloaden

Wilt u alle wijzigingen lezen? Download dan het hele whitepaper!

1 Persoonsgegevens
2 Bedrijfsgegevens

Vul uw gegevens in en ontvang direct het gratis whitepaper

U ontvangt de link naar het complete whitepaper direct in uw inbox

 Auteur is expert op het gebied van Handhaving